Doorzicht



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = GVZM Doorzicht

Result = GVZM Het Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = GVZM Doorzicht

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = GVZM Doorzicht

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = GVZM Doorzicht

Result = GVZM Waterbeheer van het zoete Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = GVZM Doorzicht

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = GVZM Doorzicht

Result =

End Set VN link










Het doorzicht is een maat voor de hoeveelheid zwevende deeltjes in het water. Het wordt beïnvloed door opwerveling van bodemdeeltjes, aanwezigheid van algen en de troebelheid van het aangevoerde water. Het Volkerak-Zoommeer kent een relatief lange verblijftijd, waardoor veel zwevend materiaal bezinkt. Het doorzicht wordt daarom in belangrijke mate bepaald door algen. De hoeveelheid algen wordt uitgedrukt in het chlorofylgehalte van het water. Opwerveling speelt met name een rol in de ondiepere delen als gevolg van windwerking en vis die de bodem omwoelt, zoals brasem. De scheepvaartbewegingen in de diepere vaargeulen dragen naar verwachting minder bij aan de opwerveling.
De eerste jaren na de afsluiting was het Volkerak-Zoommeer een helder meer met in het voorjaar een doorzicht tot wel 6 meter. Na 1990 neemt het doorzicht geleidelijk af (Tosserams et al. 2000).

Meetreeksen doorzicht

Figuur 1: Gemeten doorzicht, chlorofylgehalte en zwevend stof concentratie vanaf 1988 tot en met 2010 (meetpunt Steenbergen) (RWS 2012).

In figuur 1 is het doorzicht en het chlorofylgehalte op de meetlocatie Steenbergen weergegeven over de periode 1988 tot en met 2010. De figuur illustreert de relatie tussen doorzicht en het chlorofylgehalte: een toename van het chlorofylgehalte (in de zomer) leidt tot een afname van het doorzicht. Weliswaar vormt het chlorofylgehalte een maat voor alle algen, maar in de zomer wordt de algensamenstelling vrijwel geheel gedomineerd door blauwalg. Over de jaren heen neemt het chlorofylgehalte geleidelijk toe en neemt het gemiddelde doorzicht geleidelijk af, met een grote variatie tussen de jaren. Vanaf 2005 worden er weer lagere chlorofylgehaltes gemeten. In deze jaren is de heldere periode in het voorjaar sterker ten opzichte van de jaren daarvoor en neemt het gemiddelde doorzicht weer toe. De periode van lagere chlorofylgehaltes en verbeterd doorzicht is nog te kort (6 jaren) om met zekerheid vast te stellen of hier sprake is van een duurzame trend of van variatie ten gevolge van meteorologische omstandigheden (RWS 2012).

Figuur 2: Maandgemiddelde gegevens van chlorofyl en doorzicht (De Vries en Postma 2013).

Figuur 2 illustreert dat de algemene trend naar minder algen en helder water doorzet en stabiliseert in 2011-2012. De correlatie tussen de hoeveelheid algen (de chlorofylconcentratie) en helderheid van het water (zichtdiepte) is eenduidig: met veel algen is het water altijd troebel, en het water is alleen helder als er weinig algen zijn. Zichtdieptes van twee meter of meer komen alleen voor bij minder dan 20 μg chlorofyl/l. Weinig algen is een voorwaarde, maar geen garantie voor helder water: ook bij weinig algen kan het water troebel zijn. De troebelheid wordt dan veroorzaakt door ander zwevend materiaal. In Volkerak en Zoommeer bestaat het zwevend materiaal voor een aanzienlijk deel uit levende (want chlorofyl bevattende) algen, aangezien er een zekere, maar niet-significante relatie bestaat tussen chlorofyl en zwevend stof. Opmerkelijk is verder dat niet alleen de najaarsbloei, maar ook de (veel lagere) voorjaarsbloei sterk is gereduceerd in zowel Volkerak als Zoommeer. In voorjaar en vroege zomer zitten er bijna geen algen meer in het Volkerak-Zoommeer (De Vries en Postma 2013).

Oorzaken toegenomen doorzicht

De toegenomen doorzicht is waarschijnlijk het gevolg van de afname in fosfaatbelasting vanuit Brabant. De lagere externe fosfaatbelasting kan de verbetering slechts ten dele verklaren. De lage algengehaltes, en de toenemende helderheid worden waarschijnlijk vooral veroorzaakt door ‘graascontrole’ van driehoeksmosselen (de gewone driehoeksmossel en de quaggamossel). Een systeemrespons van afnemende nalevering van orthofosfaat uit de bodem (d.w.z. minder interne fosfaatbelasting) houdt deze gunstige toestand in stand en versterkt hem waardoor het fosfaatgehalte verder afneemt (RWS 2012 en De Vries et al. 2011).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares