Uitvoeren schelpenproeven



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result = Zeegras Experimenten met verplaatsen van klein zeegras in de Oosterschelde VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result = Zeegras Verplaatsen van klein zeegras in de Oosterschelde VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Uitvoeren schelpenproeven

Result =

End Set VN link









Schelpen ingraven

Figuur 1: Uitvoering van het experiment waarbij een schelpenlaag in de ondergrond wordt gebracht. (Giesen en Giesen, 2007).


In 2007 is een proef uitgevoerd met als doel een effectieve en economische methode te ontwikkelen om door middel van een behandeling van de ondergrond met schelpen de hoeveelheid wadpieren te verminderen. Bij deze ‘beschelpingsproef’ zijn twee technieken getest. Beide technieken gaan ervan uit dat de wadpieren zich bevinden in de laag van 15-30 cm onder het oppervlakte en niet daarboven.

De eerste techniek de gemakkelijkste en daarmee goedkoopste methode: 15 cm grond wordt ontgraven, daarna wordt een laag schelpen aangebracht van 5-7 cm, en vervolgens gaat de uitgegraven grond er weer bovenop. Dit mag echter na behandeling niet te ver (<1-2 cm) boven maaiveld uitsteken in verband met inklinking. Een nadeel van deze methode zou de mogelijkheid zijn dat de wadpieren nog onder het schelpenlaag aanwezig zijn, en zich wellicht toch naar boven werken. Daarom is een tweede methode bedacht die veel bewerkelijker is, maar dit omhoogkomen van de wadpieren verhindert. Hierbij wordt tot op 30 cm afgegraven (dit is inclusief de wadpieren), het materiaal wordt dan niet meer gebruikt om het gat weer op te vullen, maar het gat wordt gevuld met twee lagen van 15 cm grond ten weerszijden van de plot waarin weinig wadpieren zitten, met daartussen een schelpenlaag (zie figuur 2).

Figuur 2: Tweede beschelpingsmethode, waarbij een laag van 30 cm wordt uitgegraven, compleet met de daarin aanwezige wadpieren (Giesen en Giesen, 2007).

Conclusie

In alle plots nam de wadpierdichtheid drastisch af door de behandeling. Na vier weken was dit overal afgenomen van gemiddeld 48 per vierkante meter, naar slechts 2-7 per vierkante. Beide methoden lijken even effectief te zijn in het omlaag brengen van de wadpierdichtheden. Methode 1 verdient de voorkeur, omdat ze minder effect heeft op de omgeving en omdat ze minder tijd kost om toe te passen.

Schelpen infrezen

Figuur 3: Het inbrengen van een schelpenlaag door middel van een freesmachine (Giesen et al 2010).


Er zijn twee aanvullende proeven uitgevoerd, de één op Viane West (in 2010) en de ander op de slikken van Dortsman Noord (in 2012). Hierbij werden schelpen aangebracht langs natuurlijke zeegrasvelden, met de bedoeling hiermee uitbreiding van het zeegras te stimuleren. De schelpen werden met een freesmachine in de ondergrond gebracht of met behulp van een rupsvoertuig in de bodem gereden. De groei van zeegras verliept niet zo snel als werd verwacht: in augustus 2013 werd een klein veldje van een paar honderd scheuten zeegras aangetroffen in de proefvlakken van Viane. In Dortsman Noord is er een proef ontworpen waarbij vijf series van drie plots van ieder 5 x 10 meter werden aangelegd, met in iedere serie één plot met ingefreesde schelpen, één plot alleen gefreesd maar zonder schelpen, en één controleplot (zie figuur 4). De verwachting was dat ingroei van zeegras in de schelpenplot groter zou zijn dan in de controleplots en de plots die alleen waren gefreesd.

Figuur 4: Ontwerp van de infreesproef Dortsman Noord (Giesen et al.).


In 2013 is er gemonitord en kon er nog niet met zekerheid worden gezegd of de schelpenbehandeling effectief was. Complicerend feit was dat het natuurlijke zeegrasveld zich iets leek te hebben teruggetrokken. Een definitieve conclusie kan worden getrokken als het natuurlijke veld zich in een gunstig jaar gaat uitbreiden.

Conclusie van de freesproeven

Uitgroei van zeegras vanuit natuurlijke zeegrasvelden in aangrenzende slikken waarin schelpenlagen zijn aangebracht lijkt mogelijk, maar verloopt minder snel dan verwacht, en is (nog) te gering om met zekerheid uitspraken te doen. Complicaties worden o.a. veroorzaakt door conditie van natuurlijke velden (krimpend). De vraag blijft of het infrezen van schelpen wel even goed werkt als het inbrengen van een echte schelpenlaag (Giesen et al.).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares