Kiezen van de aanplantlocaties



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result = Zeegras Experimenten met verplaatsen van klein zeegras in de Oosterschelde VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Kiezen van de aanplantlocaties

Result =

End Set VN link









Algemeen

Bij de keuze van de aanplantlocaties speelden de onderstaande overwegingen een rol:

  1. Is er op de locatie een historie van zeegrasbegroeiing, en waarom is ze verdwenen? De historie is grotendeels bekend. De Oosterschelde is na de aanleg van de stormvloedkering sterk veranderd. Eén van de veranderingen is dat op typische zeegraslocaties (enigszins beschutte ligging), het reliëf is toegenomen dat door wadpieren wordt veroorzaakt. De dichtheid aan wadpieren is waarschijnlijk gelijk gebleven, maar de typische bultjes en kuilen zijn veel geprononceerder geworden. Dit is een gevolg van de verminderde stroming: vroeger werd het reliëf bij ieder hoogwater wat meer vlak gespoeld dan tegenwoordig. Dit is op veel plaatsen de mogelijke reden voor de achteruitgang van klein zeegras. Daarnaast zijn veel lokale zoetwaterinvloeden in de Oosterschelde geëlimineerd sinds circa 1985, waardoor het zoutgehalte van de Oosterschelde vrij hoog is. Aanvankelijk was het zoutgehalte te hoog voor zeegras, maar tegenwoordig is het zoutgehalte wat lager, en zijn de omstandigheden weer gunstiger. Na de aanleg van de stormvloedkering zijn ook sedimentatieprocessen veranderd: in de Oosterschelde overheerst op de meeste plaatsen erosie van sediment, ook op plaatsen die verder voor zeegras geschikt zijn. Dit kan betekenen dat zaden (en worteldelen) mogelijk gemakkelijker naar lager gelegen delen kunnen spoelen, en zo in voor zeegras ongeschikt gebied terechtkomen. Of dit ook de reden van achteruitgang was, is niet bekend. De achteruitgang was gestaag over vele jaren dus dat maakt het minder waarschijnlijk; klein zeegras overwintert toch vooral via worteldelen.
  2. Blootstelling aan golfslag en droogvalduur: het zwaartepunt van voorkomen van klein zeegras lag in het verleden in beschutte gebieden tussen +0,15 en -0,30 m NAP. De ondergrens werd mogelijk bepaald door golfslag.

Beschrijving aanplantlocaties

Krabbekreek Zuid: de slikken van Krabbenkreek Zuid liggen beschut. In de Oosterschelde zijn beschutte locaties meestal minder geschikt geworden na de aanleg van de Oosterscheldekering, omdat geen sediment meer afgezet wordt, waardoor netto erosie plaatsvindt. De locatie Krabbekreek Zuid vormt een uitzondering. In dit gebied bestaan nog steeds sterke stromingen in de hoofdgeul waarmee sediment vanuit de geul naar het slik wordt meegenomen, waardoor hier in een aantal delen geen erosie plaatsvindt. Op de tweede plaats kent het gebied een lange zeegrashistorie. De grote velden van vóór 1986 zijn verdwenen na drie strenge winters gecombineerd met een lange periode met extra lage hoogwaters (door de afbouw van de stormvloedkering). Bij een veldbezoek op 7 februari 2007 zag de plek er geschikt uit: naar schatting fijnzandig met enig slib. Wadpierdichtheid was hoog (grove schatting 50 m-2), maar niet te hoog.

Dortsman Noord: de open slikken van Dortsman Noord kennen geen zeegrashistorie. Er zijn echter oesterrichels aangelegd waardoor de achterliggende slik wordt beschut tegen golfslag en de erosie mogelijk minder sterk wordt. Vlak langs de kust, op een kleibank gelegen naast een brede, ondiepe geul komt een strook zeegras voor die vrij stabiel is. In vrijwel alle jaren dat gekarteerd is, was de strook aanwezig. De plek die geschikt is, ligt aan de overkant van een afwateringsdepressie. De wadpierbedekking varieert van laag tot hoog: oostelijk laag, westelijk hoog.

In december 2007 zijn twee nieuwe locaties – Roelshoek (Zuid Beveland) en Krabbenkreek Noord (St. Philipsland) – geselecteerd en toegevoegd aan de bestaande mitigatielocaties Krabbenkreek Zuid en Dortsman Noord voor zeegrastransplantaties in 2008. In 2012 ten slotte is Viane Oost toegevoegd aan de aanplantlocaties voor het te verplanten zeegras. Tabel 1 geeft een overzicht van de aanplant- en donorlocaties.

Tabel 1: Locaties en arealen van uitgevoerde transplantaties (Giesen et al. 2014).
Jaar Donorlocaties Getransplanteerd (m2) Aanplantlocaties
2007 Viane West 189 Dortsman Noord
Viane West 378 Krabbenkreek Zuid
2008 Viane Oost 257.5 Krabbenkreek Noord
Viane Oost 257.5 Roelshoek
Viane Oost en West 257.5 Krabbenkreek Zuid
Viane West 257.5 Dortsman Noord
2010 Viane Oost 351 Krabbenkreek Noord
Krabbenkreek Noord 144 Krabbenkreek Noord
2011 Goese Sas 510 Roelshoek
2012 Krabbenkreek Noord 180 Viane Oost
Totaal 2782



Kaart aanplant- en donorlocaties

Onderstaande kaart geeft een overzicht van de plaatsen die als aanplant(mitigatie)- en donorlocaties zijn gekozen in de jaren 2007 tot en met 2012.


Figuur 1: Overzicht van de aanplant (mitigatie)- en donorlocaties van de zeegrasmitigaties die in de Oosterschelde hebben plaatsgevonden in de jaren 2007 tot en met 2012 (Giesen et al. 2012).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares