Invang van sediment




Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result = Zeegras Ecologie van zeegras VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result = Zeegras Groei en ontwikkeling zeegras VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Invang van sediment

Result =

End Set VN link














Figuur 1: Een band van zeegras groeiend in een lichte verlaging van de bodem in de baai van Saint Efflam, Bretagne, Frankrijk. De baai wordt gekarakteriseerd door zeer sterke hydodynamische krachten: de golven lopen honderden meters door, voordat ze breken Van der Heide et al. (2010).

De planten van een zeegrasbed remmen de waterbeweging. Daardoor kan er sediment neerslaan in het bed. Dat zal vooral fijn sediment zijn maar kan, bij sterke golf- en stroomremming en voldoende zandtransport uiteraard ook zand zijn (Van Katwijk et al. 2010). Dat is waarschijnlijk een van de redenen waarom veel zeegrasbedden (vrij) slibrijk (Bos et al. 2007) zijn en enigszins boven het omringende maaiveld uitsteken. Bij meerjarige zeegrassen blijven in de winter de rhizomen in de bodem achter. Van zeegras is aangetoond dat ook hele lage bovengrondse biomassa in combinatie met ondergrondse biomassa sediment kan vasthouden (Christianen et al. 2013), waardoor het neergeslagen sediment in de winter geheel of grotendeels behouden blijft. Dat behouden blijven van sediment wordt nog versterkt als er ook een substantiële bovengrondse biomassa overblijft, bijvoorbeeld als er ’s winters geen begrazing plaatsvindt door rotganzen of eenden. Uit Bretagne is bekend dat er zeegrasbedden zijn die sterk ophogen en ’s winters hun sediment goed vasthouden waardoor deze na verloop van vele jaren te hoog worden voor het zeegras, zodat dit afsterft. Dan erodeert zo’n ‘bed’ tot het voldoende verlaagd is, waarna er zich weer zeegras ontwikkelt. Op deze manier ontstaat er een meerjarige cyclus van groei en degradatie van zeegrasbedden.

Met een sterke begrazing, zoals bijvoorbeeld in Nederland, zal de zomerse sedimentatie ’s winters weer voor een (groot) deel verdwijnen, waardoor deze ophoging beperkt blijft. In principe (zeker als het sedimentaanbod niet erg groot is) zal er een min of meer stabiele hoogteligging ontstaan. Wanneer het zeegras in zo’n bed met ingevangen fijn sediment om een bepaalde reden geheel verdwijnt, kan ook het ingevangen sediment alsnog verdwijnen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in de Oosterschelde. Na drie strenge winters op rij in de periode 1984 – 1987, gecombineerd met verlaagde hoogwaterstanden (door werkzaamheden tijdens de afbouw van de Oosterscheldekering) waren diverse hooggelegen zeegrasvelden geheel afgestorven. Het aanwezige ingevangen fijne sediment werd hierdoor weer geërodeerd, met als gevolg maaiveldverlagingen van een tot enkele decimeters (de Jong en de Jonge, 1989).

Een bijzonder geval van sedimentatie en erosie rond in een zeegrasveld wordt beschreven door Van der Heide et al. (2010). Zij beschrijven een kenmerkend strepenpatroon van Zostera noltii in de baai van Saint Efflam (Normandië, Frankrijk) dat ontstaat door aanslibbing en afkalving van sediment als gevolg van de verandering van stroming die het zeegrasbed zelf tot stand brengt (Figuur 1). Hierdoor ontstaat er een lintvormige zeegrasbegroeiing van maximaal 30 cm breed die zich dwars op de stroming en golfslag bevindt. De strepen veranderen voortdurend van positie doordat ze aan de kustzijde afkalven en aan de zeezijde aanslibben. Dit zogenaamde zelfgeorganiseerde patroon is een illustratie van de biobouwereigenschap van zeegras.

Relatie sedimentinvang en helderheid

Van der Heide et al. (2007) analyseerden voor de westelijke Waddenzee de verticale verspreiding van historische zeegrasbedden (op oude kaarten), en een langetermijndataset over de troebelheid van het water in een simpel computermodel. Zij concludeerden dat zeegrasvelden waarschijnlijk hun eigen groei positief beïnvloedden doordat ze het water helder hielden door de invang van fijn sediment. Door de plotselinge ineenstorting van de zeegraspopulatie in 1930 in de Waddenzee door de wasting disease in combinatie met de aanleg van de Afsluitdijk is de helderheid van het water in de omgeving van de Afsluitdijk sterk afgenomen, waardoor de hergroei van het ondergedoken zeegras is belemmerd. Volgens hun computermodel is er een alternatieve stabiele situatie ontstaan van troebel water zonder zeegras, naast de oorspronkelijk stabiele situatie met zeegras en helder water. Terugkeer van de huidige stabiele situatie zonder zeegras naar de vorige stabiele situatie met zeegras is volgens hen niet simpel omdat er eerst een hoge drempel moet worden genomen in het terugdringen van de helderheid van het water. Een vervolgstudie met een dataset van meer dan tachtig plaatsen verdeeld over Europa bevestigde de positieve terugkoppeling van sedimentinvang, lichtcondities en zeegrasgroei (Heide et al. 2009). Stabiele zeegrasvelden met een dichte begroeiing zijn ook positief gecorreleerd met sedimentstabilisatie, inclusief een terugkoppeling die zichzelf in stand houdt (Suykerbuyk et al. 2016).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares