Hoogte/diepte



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result = Zeegras Ecologie van zeegras VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result = Zeegras Algemene ecologie van zeegrassen VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Hoogte/diepte

Result =

End Set VN link










Klein zeegras (Zostera noltii)

Figuur 1: Veld klein zeegras (Zostera noltii) op de Slikken van de Dortsman, Oosterschelde, 2013 (Foto: D.J. de Jong).

Klein zeegras (Zostera noltii) komt alleen voor in het litoraal. De soort wordt in de literatuur slechts sporadisch genoemd en gegevens over de standplaatshoogte tussen HW en LW ontbreken dan nog meestal. In het deltagebied komt de soort voor van ongeveer half tij tot 15 - 70 cm beneden GHW. Voor de Oosterschelde is een range gevonden van ca. NAP -0.65 tot +0.80 m . Wanneer deze laatste range wordt vergeleken met de overspoelingsgegevens uit de Oosterschelde voor 1984, dat wil zeggen bij het oorspronkelijk getij, dan blijkt daaruit dat Zostera noltii hoogstwaarschijnlijk bij ieder hoogwater overspoeld (moet) worden. De ondergrens wordt vermoedelijk bepaald door de minimaal benodigde hoeveelheid licht voor de groei (de Jong en de Jonge, 1989).

Het klein zeegras dat in Zandkreek/Veerse Gat en Grevelingen groeide tot de afsluiting van deze wateren verdween daar snel nadat het permanent onder water kwam te staan. Alleen het groot zeegras dat in de meren achterbleef kon zich handhaven. In de Middellandse Zee en langs de Atlantische kust van Portugal komt klein zeegras ook permanent ondergedoken voor. Bij kweekexperimenten in het lab is gebleken dat klein zeegras, ook Nederlandse planten, het goed doen in een situatie permanent onder water. Waarom hij dan in het wild toch niet in Nederland permanent onder water wil groeien komt waarschijnlijk door toenemende sedimentdynamiek (Suykerbuyk et al. 2018).

Groot zeegras (Zostera marina)

Figuur 2: Ondergedoken groot zeegras (Wanink en Van der Graaf 2008)
.

Groot zeegras (Zostera marina) komt zowel in het litoraal voor als in het sublitoraal en ook submers (Figuur 2). In de literatuur wordt voor veel plaatsen aangegeven tot hoe diep Zostera marina onder water voorkomt (sublitoraal en submers), maar slechts zelden wordt aangegeven wat de helderheid van het water ter plaatse is en wat het heersende getijverschil is. Zonder deze informatie kan moeilijk een vertaling plaatsvinden naar andere gebieden. Voor litorale Zostera marina-velden is enige kwantitatieve informatie beschikbaar uit het deltagebied: van de laagwaterlijn tot 30 - 150 cm beneden GHW. Voor de Oosterschelde is een range gevonden van NAP -0.75 tot +0.35 m., waarbij Zostera marina gemiddeld dus lager voorkomt dan Zostera noltii en dat in het grensgebied beide soorten een overgang kunnen vormen, waarbij Zostera noltii dan op de iets hogere, drogere delen voorkomt en Zostera marina op de lagere, nattere delen. In twee gebieden in de Verenigde Staten werden droogvalwaarden voor éénjarig groot zeegras gevonden van 3,6 - 4,8 uur, resp. 1 - 6 uur, en voor meerjarig groot zeegras, nl 0 - 4,3 uur, resp. 0 - 3,5 uur (bij een gemiddeld getijverschil van ca. 2,5 m, resp. 3,0 m). Voor de sublitorale Zostera marina-bestanden in de Waddenzee is ruwweg bekend tot welke diepte ze voorkwamen: zij varieerde daar van 1 - 2 m, onder de GLW, met uitschieters tot 3 - 4 m. Hoewel zeegrassen prima onder water kunnen groeien en dus ook kunnen fotosynthetiseren, was de verwachting dat toen de Oosterschelde na gereedkomen van de Oosterscheldekering veel helderder was geworden, het zeegras naar lagere delen van het intergetijdengebied zou opschuiven. Dat heeft zich echter niet voorgedaan. Mogelijk heeft dit te maken met de waterdynamiek die gaande naar de laagwaterlijn groter wordt. (zie verder Waterdynamiek). Voor de submerse Zostera marina-velden in het Grevelingenmeer is een maximale diepte van gemiddeld 5,2 m gevonden (de Jong en de Jonge, 1989).




HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares