Conclusies zeegrasmitigatieproeven



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result = Zeegras Experimenten met verplaatsen van klein zeegras in de Oosterschelde VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result = Zeegras Verplaatsen van klein zeegras in de Oosterschelde VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Conclusies zeegrasmitigatieproeven

Result =

End Set VN link








Giesen et al. (2014) formuleren in hun eindrapport een aantal conclusies die aan het eind van de looptijd van het mitigatieproject getrokken kunnen worden. Hieronder staan de belangrijkste conclusies vermeld uit deze rapportage (zie ook: Suykerbuyk et al. (2016):

  • Van 2007-2012 is in de Oosterschelde in totaal 2782 m2 aan klein zeegras vanuit de werkstroken van de vier donorlocaties verplaatst naar in totaal tien mitigatieslocaties. In de werkstroken is 345 m2 zeegras in de met schelpen behandelde werkstroken terug gegroeid. Daarnaast is er in september-oktober 2013 in totaal 2680 m2 aan uitzaaiingen op de locatie Roelshoek gemeten. Netto is er in 2013 op de donor- en mitigatielocaties meer klein zeegras aanwezig dan is weggehaald tijdens de mitigatiewerkzaamheden. Op zes van de tien locaties is het zeegras na een aanvankelijk goede start na drie jaar tot (vrijwel) nul gedaald. De overige vier locaties vertonen een sterk wisselend beeld.
  • De behandeling met schelpen is effectief: bij de schelpenbehandeling ligt het aantal scheuten in de patches tijdens het groeiseizoen systematisch en (doorgaans) significant hoger dan de onbehandelde controle patches.
  • Veilige plots (ieder 9 patches) doen het aanvankelijk beter dan kansrijks plots (5 patches), maar vanaf 2010 is er geen statistisch significant verschil.
  • Zetmeelconcentraties van rhizomen in de natuurlijke populaties zijn over het algemeen groter dan die van de transplantaties. Daarnaast blijken rhizomen van ‘onsuccesvolle transplantaties’ (transplantaties die het in het voorjaar slecht doen en het hele groeiseizoen minimaal blijven functioneren) veel minder zetmeel te bevatten in het voorjaar dan succesvolle transplantaties. Zetmeelwaarden van succesvolle transplantaties liggen dichter bij de waarden van de gezonde natuurlijke populaties.
  • Wadpierdichtheden worden door de schelpenlaag sterk verlaagd gedurende de eerste drie jaar. De schelpenlaag komt echter steeds dieper te liggen en hierdoor neemt het remmend effect af en nemen wadpieraantallen toe tot ongeveer 46 m-2 in jaren vier tot zes. Dit is lager dan in onbehandelde plots, waar wadpierdichtheden gemiddeld bijna 60 m-2 zijn. Daarna lopen adultewadpierdichtheden op ongeacht de behandeling die is toegepast. Evengoed blijven de schelpenplots lagere adultewadpierdichtheden houden dan de controleplots.
  • Juveniele wadpieren verschillen in aantallen van plaats tot plaats en jaar tot jaar. Juveniele wadpieren nemen op bijna alle locaties sterk toe in aantallen in het jaar na de aanleg (500-650/m<sup2</sup>), waarna deze in de jaren daarna weer afnemen tot gemiddeld maximaal 100 à 200 individuen per vierkante meter.
  • Het infrezen of ingraven van de schelpenlaag geeft geen onderling verschil in het aantal adulte en juveniele wadpieren.
  • Rotganzen of bedekking door macro-algen hebben geen nadelige effecten op het succes van de transplantaties.
  • Er is een verband tussen aantallen volwassen wadpieren per vierkante meter en zeegrasbedekking: hogere scheutdichtheden van >1000 per plot zijn alleen te vinden waar wadpierdichtheden relatief laag zijn (<25 m-2).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares