Ontwikkeling flora en fauna



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result = VM Het Veerse Meer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result = VM Ecologie Veerse Meer na ingebruikname doorlaat VN, VM Ecologie Veerse Meer voor ingebruikname doorlaat VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = VM Ontwikkeling flora en fauna

Result =

End Set VN link










Ontwikkeling zeegras voor 2004

Figuur 1: Oppervlaktebedekking van Zeegras in de jaren 1994 t/m 2003 in het Veerse Meer (Holland et al. 2004).

In de jaren vóór en kort na de sluiting in 1960, kwamen er twee soorten voor in het meer: groot zeegras en klein zeegras (Wijgergangs en de Jong, 1999). Alleen groot zeegras bleef over. De zeegrasvelden lagen merendeels in het oostelijke gedeelte van het meer tussen de Zandkreekdam en Kortgene, uitgezonderd plaatselijke velden westelijk van de Schotsman (Wolfstein, 2004). Het begroeide oppervlak was altijd beperkt, vermoedelijk omdat het water periodiek erg troebel kon zijn en omdat de ondiepe delen ’s winters droogvielen of zo ondiep werden dat er grote kans is op winterschade (vorst, uitdroging) aan de wortelstokken en zaden. De biomassa liep in de loop van de jaren 1990 tot en met 2003 fors achteruit: van 35 ton naar 1 ton asvrijdrooggewicht. In 1987 was 65 ha nog met meer dan 5% zeegras bedekt, en 40 ha waar de bedekkingsgraad minder dan 5% was. In 2003 was er geen oppervlak meer met een bodembedekking door zeegras van meer dan 5% en op 55 ha was de bedekking minder dan 5% (zie figuur 1). Het verloop in de tijd van het zeegras wordt verklaard door de toename van het zeesla en door de foerageerdruk van vogels. Mogelijke andere oorzaken waren wintervorstschade en warmere zomers. In 2003 heeft de fytoplanktonbloei de groei van Zeegras verhinderd.

Zie ook de pagina over zeegrasverspreiding in Nederland.

Ontwikkeling zeegras na 2004

Vanaf 2006 zijn geen zeegrassen meer waargenomen. Het openstellen van de Katse Heule heeft voor zeegrassen derhalve (nog) geen verbetering opgeleverd. Overigens is het verdwijnen van zeegras niet specifiek voor het Veerse Meer. Ook in het Grevelingenmeer is zeegras verdwenen en in intergetijdengebieden als Oosterschelde (en Waddenzee) is zeegras sterk achteruitgegaan. Mogelijk worden in de toekomst in het kader van de KRW maatregelen genomen voor de herintroductie van zeegras (Prins en Vergouwen 2015).




HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares