Monitoring Waddendijk Ameland


Context VN set links: model = HWBP Monitoring Waddendijk Ameland


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = HWBP Monitoring Waddendijk Ameland

Result = HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma VN

End Set VN link








Figuur 1: De Waddendijk in Ameland (foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Ron Boelens)

Inleiding

De Waddenzeedijk van Ameland was in de tweede toetsronde over bijna de hele lengte van ruim 16 km afgekeurd. Voor een traject van 300 meter (km 6,8 – km 7,1) waren op grond van de veiligheidstoetsing maatregelen voorzien die het faalmechanisme piping moesten tegengaan. Hierbij werd gedacht aan het aanbrengen van een damwand. Echter, vanwege de tijdsafhankelijkheid van de eb- en vloedwerking was er twijfel of het risico op piping daadwerkelijk zo groot was. In het licht van bovenstaande heeft het Wetterskip Fryslân als beheerder opdracht gegeven om een monitoring uit te voeren naar de kwel onder de dijk.

Doel onderzoek

Het monitoringsproject had de volgende doelen:

  • het vaststellen van het pipingrisico ter plekke, en daarmee optimaliseren van het ontwerp van de versterkingsmaatregelen;
  • bijdragen aan ontwerpregels voor piping bij zeedijken;
  • het onderzoeken van de meerwaarde van een innovatief monitoringsysteem op basis van temperatuur- en infraroodmetingen.

Onderzoeksopzet

Op het afgekeurde traject km 6,8 – km 7,1 zijn drie meetraaien met twaalf waterspanningsmeters en zes peilbuizen aangebracht in het eerste watervoerende pakket en het zandlichaam van de dijk (Bouw 2015). Op km 2,4 is een referentiemonitoring uitgevoerd door in vier raaien waterspanningsmeters aan te brengen, aangevuld met temperatuurmetingen (infraroodcamera) en ondiepe temperatuurmetingen (Luijendijk 2016).

De Sinterklaasstorm van 5-6 december 2013 viel in de meetperiode. Door de hoge waterstanden konden de monitoringresultaten met voldoende betrouwbaarheid geëxtrapoleerd worden naar voor de veiligheid maatgevende waterhoogtes.

Conclusie

Het onderzoek geeft aan dat het pipingrisico op km 6,8-7,1 voldoende klein is. De aanwezigheid van een dikke, slecht doorlatende sliblaag op de wadbodem is waarschijnlijk bepalend hiervoor (Bouw 2015). Het innovatieve monitoringsonderzoek op km 2,4 ondersteunt de conclusie dat het traject km 6,8 – km 7,1 voldoet voor het faalmechanisme piping, maar geeft zelfstandig niet voldoende harde resultaten om een conclusie over het pipingrisico te trekken (Luijendijk 2016).




HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares