Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result = GVZM Het Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result = GVZM Waterbeheer van het zoete Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = GVZM Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding

Result =

End Set VN link










Een belangrijke functie van het Volkerak-Zoommeer is de regionale zoetwatervoorziening. In 1993 werd de chloridenorm bijgesteld van 0,4 naar 0,45 g/l. Door deze normverhoging kan de inlaat vanuit het Hollandsch Diep via de Volkeraksluizen worden beperkt, waardoor de import van verontreinigende stoffen wordt tegengegaan (Tosserams et al. 2000).

Chlorideconcentratie

Figuur 1: Verloop van het daggemiddeld chloridegehalte op de locaties Volkerak (VK), Vossemeer (VOSM), Mond Spuikanaal (SPUI) en Bathse Brug (BBDT) over de jaren 2002 en 2003 (RWS 2012).

In figuur 1 is het verloop van het chloridegehalte over de jaren 2002 en 2003 weergegeven op de locaties Volkerak, Vossemeer, mond Spuikanaal en Bathse Brug. De figuur laat zien dat er een sterke gradiënt van het chloridegehalte bestaat van noord naar zuid. In het ‘droge’ jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het Spuikanaal herhaaldelijk overschreden.
Ook in het droge voorjaar van 2011 was er niet genoeg water beschikbaar om het chloridegehalte onder de norm van 450 mg/l te houden; pas na een maand doorspoelen in de zomer werd de norm weer gehaald (RWS 2012).

Deltares (2013) heeft de effectiviteit van winterdoorspoeling met een Delft3D-FLOW 3D hydrodynamisch model onderzocht voor drie variabelen: het doorspoeldebiet (25 m3/s, 50 m3/s of 100 m3/s), de doorspoelperiode (1 maand of 2 maanden voorafgaand aan 15 maart) en de debietverdeling over de Bathse spuisluis en de Krammersluizen (100% via de Bathse spuisluis of 50% via de Bathse spuisluis en 50% via de Krammersluizen). Afvoer via de Krammersluizen blijkt de meest effectieve variabele, omdat daarmee de zoutbelasting wordt beperkt. Dit is echter pas mogelijk als ingezet wordt op een innovatief zoetzoutscheidingssysteem. Zolang afvoer via de Krammersluizen nog niet mogelijk is, zal het doorspoeldebiet via de Bathse spuisluis worden afgevoerd. Een doorspoeldebiet van minimaal 50 m3/s gedurende 2 maanden of 100 m3/s gedurende 1 maand wordt aanbevolen. De chlorideconcentratie bij Bathse brug wordt ongeveer 4 maanden meer dan 40 mg/I en 5 tot 7 maanden meer dan 20 mg/I verlaagd.

Deltares heeft onderzocht of de maatregelen uit de ontwerpstudie Volkeraksluizen, namelijk verbeterd luchtbellenscherm, al dan niet in combinatie met een waterscherm, drempel en/of het doorspoelen van de schutkolk met zoet water en de eventuele aanleg van een zoutafvang (zie verder deze pagina), een alternatief kunnen zijn voor de huidige zout/zoet-scheiding van de Krammersluizen. Er is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de resterende zoutlast en de chlorideconcentraties in het Volkerak-Zoommeer. Het doel was om meer duidelijkheid te verkrijgen over het verloop van de chloridegehaltes in het Krammer-Volkerak dat bij verschillende zoutlek- en doorspoelscenario’s zal optreden als de zout-zoetscheiding van de Krammersluizen wordt vervangen door innovatieve zoutlekbeperkende maatregelen (Dillingh et al. 2012).

Grondwater

Figuur 2: Chlorideconcentratie ter plaatse van de onderkant van de deklaag (tussen NAP-5m en NAP -15m) (RWS 2012).

Het grondwater in dit gebied rondom het Volkerak-Zoommeer is over het algemeen brak tot zout, zo ook dicht aan het maaiveld. Dit is tevens ruimtelijk te zien in figuur 4.24 waar de chlorideconcentratie ter plaatse van de onderkant van de deklaag is weergegeven. Op en onder De Brabantse Wal, waar al gedurende lage tijd zoet water infiltreert naar het grondwatersysteem, heeft zich een zoetwatervoorraad gevormd.

Zoetwatervoorziening

Figuur 3: Inlaatpunten zoet water (RWS 2012).

Het Volkerak-Zoommeer heeft na de afsluiting in 1987 een functie voor regionale watervoorziening gekregen. Het Volkerak-Zoommeer levert zoet water in Oostflakkee, de West-Brabantse poldergebieden Nieuw-Vossemeer, Hendrikpolder en de Auvergnepolder en de Zeeuwse gebieden Tholen, St. Philipsland en Reigersbergsche polder (figuur 3). Daarnaast wordt water ingelaten in het Mark-Vlietsysteem als de waterkwaliteit dit toelaat. Oostflakkee laat voornamelijk water in vanuit het Haringvliet. Het deel van Oostflakkee dat op het Volkerak-Zoommeer is aangewezen is relatief klein.

De inlaat naar regionale wateren en polders vindt plaats voor peilbeheer, compensatie van verdamping en beregening. Daarnaast speelt doorspoeling voor het verlagen van de zoutconcentratie in de Zeeuwse gebieden een rol. Omdat de landbouw gebruikmaakt van het water wordt een maximum chlorideconcentratie van 450 mg Cl/l bij het Bathse Spuikanaal aangehouden. Vanuit het Hollandsch Diep wordt doorgespoeld om de chlorideconcentratie onder het maximum te houden.
De waterschappen zetten de inlaat van water stop als bij de inlaatpunten blauwalgen worden waargenomen om te voorkomen dat blauwalgen zich verspreiden in het regionale watersysteem. Daarnaast is voor beregening of gietwater van hoogwaardige gewassen, zoals tuinbouwgewassen, fruit en bloembollen, water van goede kwaliteit gewenst. Vanaf 2003 is de inlaat bij meerdere innamepunten (bijna) elk jaar gestaakt vanwege blauwalgen.

In tabel 1 worden de oppervlakten, inlaatdoeleinden, inlaatpunten en de maatgevende zoetwaterbehoeften (in het groeiseizoen) vermeld van de gebieden die water inlaten vanuit het Volkerak-Zoommeer. Het gaat hier om de maatgevende vraag in droge perioden gedurende het groeiseizoen, omgerekend in totaal ruim 6,5 m3/s. De maximale hoeveelheid water die in de huidige situatie in de praktijk wordt ingelaten vanuit het VZM (de gerealiseerde piekvraag) wordt geschat op 4,3 m3/s. De onttrekkingen aan het Volkerak-Zoommeer zijn relatief klein ten opzichte van de totale waterbalans. Een van de oorzaken waardoor de gerealiseerde piekvraag kleiner is dan de maatgevende vraag is het staken van de waterinlaat wegens blauwalgoverlast op het Volkerak-Zoommeer.

Tabel 1: Inlaat ten behoeve van regionale zoetwatervoorziening vanuit het Volkerak-Zoommeer (RWS 2012)
Deelgebied Oppervlakte Doel Inlaatpunten Maatgevende zoetwaterbehoefte in het groeiseizoen Gereali-seerde piekvraag
ha mm/dag m3/s m3/s
Polders Nieuw Vossemeer, Auvergnepolder 2777 peilbeheer, doorspoeling, beregening Eendracht, Mark-Vlietboezem, Wilhelmina-kanaal 3,0 0,96 0,5
St. Philipsland 1900 peilbeheer Campweg 1,5 0,33 0,3
Tholen 11.800 peilbeheer, doorspoeling, beregening Drie Grote Polders en Oud-Kijkuit 1,5 (700 ha) 3,6 (9.200 ha) 3,95 2,0
Reigersbergsche Polder 1.000 peilbeheer, doorspoeling, beregening Inlaatgemaal Rilland 3,3 0,38 0,35
Oostflakkee 3.000 beregening (60% van de landbouw maakt hiervan gebruik) Krammer-Volkerak (Ooltgensplaat: bij Oude Tonge en Galathee) 3,0 1,04 1,1



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares