Ontwikkeling van oevers



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result = GVZM Het Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result = GVZM Waterbeheer van het zoete Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = GVZM Ontwikkeling van oevers

Result =

End Set VN link























Figuur 1: Ligging van de eilanden en de buitendijkse gronden in het Volkerak en het Zoommeer (RWS 2012).

Driekwart van het totale oppervlak van het meer wordt ingenomen door open water, het overige areaal wordt ingenomen door de voormalige schorren en drooggevallen slikken en platen en aangelegde eilanden (figuur 1).
Naar de ontwikkeling van de oevervegetatie op de voormalige slikken en schorren en op de eilanden is in de loop der jaren veel onderzoek gedaan:

  • In 1991 is de vegetatie van oevergebieden gekarteerd en is de vegetatieontwikkeling onderzocht van de zoute naar de zoete situatie (Bekker en Spaans 1992);
  • In 1997-1998 zijn de oevers nogmaals geïnventariseerd (Anon. 1998);
  • Begin jaren 90 zijn in het Volkerak, het Zoommeer en de Eendracht ongeveer 25 eilanden opgespoten. In 1995 verscheen een rapport waarin de vegetatieontwikkeling van de eilanden wordt besproken (Anon. 1995);
  • In 1992 heeft Rijkswaterstaat een begrazingsadvies opgesteld voor de oevergebieden (Cornelissen et al. 1992);
  • Bij veel van de voormalige schorren en slikken zijn na de afsluiting in 1987 verdedigingen aangebracht om bestaande oevers tegen doorgaande erosie te beschermen. In 1996 heeft er een inventarisatie plaatsgevonden om de effectiviteit van de oeververdediging te evalueren (Visser en Klok 1998);
  • Om de ontwikkeling van oevervegetatie in het voormalig getijdegebied Volkerak-Zoommeer te bevorderen werd een integrale peilverlaging van 0,3 m gedurende enkele jaren voorgesteld. Op het droogvallende oevergedeelte zouden zich helofyten kunnen vestigen. Het nog aanwezige zout in de bodem zou een belemmering kunnen zijn voor de ontwikkeling van de oevervegetatie. In een literatuurstudie is de kennis over dit onderwerp verzameld (Ten Heerdt 1995). Vervolgens hebben Slager en Groen (1995) door middel van modelberekeningen aangetoond dat het aanwezige zout in de bodem geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van helofyten in een jaar met een normaal neerslagpatroon.
  • In 1997 is het effect van de aanleg van de eilanden op de vogelpopulatie geïnventariseerd (Nienhuis en Boudewijn 1997).
  • Een bureaustudie heeft onderzocht in hoeverre herbivore watervogels bij de verschillende peilbeheerscenario's de ontwikkeling van een aanzienlijke oppervlakte helofytenvegetatie in het Volkerak-Zoommeer beïnvloeden (Boudewijn 1997).
  • Een proef met een wisselend waterpeil die gedurende vier jaar (1995-1998) heeft gelopen, toonde aan dat onder invloed van waterpeilfluctuaties helofytenvegetaties zich ontwikkelen en grote delen van de oever gaan bezetten (Kerkum 1999). Tijdens de proefperiode is de zoutdynamiek in de bodem gemonitord (Slager 1999).
  • Bij dezelfde proef is ook gekeken hoe de waterkwaliteit en het plankton zich ontwikkelden in de ondiepwatergebieden die achter de vooroeververdedigingen zijn ontstaan (Bijkerk en Storm 1997).
  • De ontwikkeling van de oevergebieden sluit aan bij het ecotopenstelsel voor meren dat is ontwikkeld door Rijkswaterstaat (Van der meulen 1998).
  • In 2005 heeft een ecotopenkartering plaatsgevonden van het gehele Volkerak-Zoommeer (Houkes 2005), gevolgd door een kartering in 2010 (Buiks 2011).

Krammer Volkerak

Figuur 2: Krammerse slikken (uit: (Kuijper et al. 2014).

Langs de oevers van het Krammer-Volkerak worden verschillende deelgebieden onderscheiden, met min of meer specifieke kenmerken. De oorspronkelijke Krammerse Slikken, langs de dijk bij Oude Tonge, zijn slechts voor een gedeelte drooggevallen. Het grootste gedeelte ligt onder water en vormt het grootste oppervlak aaneengesloten ondiepwatergebied in het Krammer-Volkerak. In het noordoosten liggen de Hellegatsplaten. Kenmerkend voor dit gebied zijn de vele geulen. In het noordoostelijk deel van het Krammer-Volkerak liggen nog twee kleinere drooggevallen gebieden: de schorren bij Ooltgensplaat aan de Zuid-Hollandse kant van het meer en de Slikken bij de Sabina Henricapolder aan de Noord-Brabantse kant. In het zuiden van het Krammer-Volkerak liggen de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen. Deze oevergebieden worden van elkaar gescheiden door de monding van de Steenbergse Vliet. Kenmerkend voor deze gebieden zijn de schorren met diep ingesneden kreken en plaatselijk hoge oeverwallen. De Slikken van de Heen zijn bij de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal doorgraven en bestaan thans uit de Slikken van de Heen Oost en de Slikken van de Heen West. In het westelijke deel ligt een ondiepwatergebied met net boven het water uitstekende platen. Ten westen van de Slikken van de Heen ligt de Plaat van de Vliet.

Figuur 3: Oevers met aangelegde eilandjes in het Volkerak-Zoommeer (Foto: Ruben Smit Beeldbank Rijkswaterstaat).

Zoommeer

Tien procent van het totale oppervlak van het Zoommeer en de Eendracht tezamen bestaat uit drooggevallen gronden, de rest uit open water. In het Zoommeer zijn na de afsluiting alleen slikken en platen drooggevallen. Dit zijn de Speelmansplaten langs de Oesterdam, een deel van de voormalige Molenplaat en de Boereplaat en een groot deel van de Prinsesseplaat. Aan de westkant van de Eendracht zijn restanten van de oorspronkelijke schorgebieden drooggevallen: de schorren bij de Hollarepolder en de Schorren bij Botshoofd. Ook in het Zoommeer zijn op de voormalige intergetijdenplaten eilandjes aangelegd. Nabij het Zoommeer bevindt zich een beschermingszone voor (kwetsbare) grondwaterwinning, waar zich ook enkele door de Provincie Noord-Brabant aangewezen (natte) natuurparels bevinden. Dit gebied is ook een zogenaamd Belvedère, met een hoge concentratie cultuurhistorische waarden.



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares