Landbouw



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = GVZM Landbouw

Result = GVZM Het Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = GVZM Landbouw

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = GVZM Landbouw

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = GVZM Landbouw

Result = GVZM Waterbeheer van het zoete Volkerak-Zoommeer VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = GVZM Landbouw

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = GVZM Landbouw

Result =

End Set VN link







De landbouw in de Zeeuwse Delta en ook in de gebieden rond het Volkerak-Zoommeer wordt gekenmerkt door akkerbouw, fruitteelt en glastuinbouw. In de Zeeuwse Delta is akkerbouw de belangrijkste landbouwactiviteit en verantwoordelijk voor 40% van de productie. De meest geteelde gewassen zijn granen, aardappelen en suikerbieten. Glastuinbouw, voornamelijk groenteteelt, is in opmars en beslaat nu 25% van het productieoppervlak in de Zeeuwse Delta. Hier worden meer bedrijfsverbredende activiteiten ontwikkeld dan in de rest van Nederland en deze activiteiten nemen toe. Daarnaast vindt er ook in toenemende mate melkveehouderij plaats in de gebieden rond het Volkerak-Zoommeer. De Reigersbergsche polder, Tholen en Sint Philipsland zijn voor de aanvoer van water voor de landbouw voor 100% op het Volkerak-Zoommeer aangewezen. Het betreft circa 9% van de 142.000 ha landbouwgrond in Zeeland. Vanaf half april wordt er meestal water ingelaten voor peilbeheer, doorspoeling en beregening. Voor de landbouw is het belangrijk dat in het begin van het groeiseizoen voldoende water beschikbaar is.
Vanaf 2003 is de inlaat bij de innamepunten elk zomerseizoen gestaakt vanwege blauwalgen. In Oostflakkee maakt 3.000 ha landbouwgrond gebruik van de inlaatmogelijkheid vanuit het Zoommeer. In het overige gebied van Oostflakkee kan water vanuit het Haringvliet worden ingelaten. Ongeveer 60% van de landbouw op Goeree-Overflakkee maakt gebruik van beregening van de gewassen. Het gaat daarbij om gewassen als groenten en bloembollen. De toename van zoetwatergebonden teelten die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, geeft met name een verschuiving in het tijdstip van de vraag naar water (verschuiving meer naar het voorjaar en langere vraag), terwijl de vraag naar meer water maar licht groeit.
In West-Brabant maakt circa 3000 ha gebruik van de inlaat vanuit het Volkerak-Zoommeer. Het gaat om de polders aan het Schelde-Rijnkanaal. Daarnaast is er ook de watervraag vanuit de Mark-Vlietboezem voor de aanliggende polders (30.000 ha). Indien het water in het Volkerak-Zoommeer van voldoende kwaliteit is en het peil op de boezem lager is dan het VZM-peil, kan er water worden ingelaten. De landbouwactiviteiten in West-Brabant zijn voornamelijk glastuinbouw en fruitteelt (RWS 2012).

Op de pagina Zoetwatervoorziening en zoutbestrijding staat in tabel 1 de waterbehoefte van de genoemde gebieden weergegeven. Deze waterbehoefte is grotendeels bestemd voor doorspoeling en peilbeheer. De directe waterbehoefte voor de vermelde teelten is naar schatting een orde minder (RWS 2012).

Toekomstige ontwikkelingen

Er is een tendens dat de landbouw zich verder ontwikkelt naar schaalvergroting, en naar teelt van meer tuinbouwgewassen, fruit en bloembollen. Een globale inschatting van de toekomstige ontwikkeling voor de in het studiegebied aanwezige landbouw wordt gegeven in tabel 1. Daaruit blijkt dat akkerbouw naar verwachting zal afnemen, terwijl de vollegrondtuinbouw en glastuinbouw sterk zal groeien, en grasland en fruitteelt matig zullen groeien wat betreft grondgebruik. De indexwaarde voor het basisjaar 2000 is 100. Een hogere indexwaarde voor 2015 betekent een groei, een lagere indexwaarde een afname. De genoemde specifieke teelten stellen steeds hogere eisen aan de waterbeschikbaarheid (kwantiteit), waterkwaliteit en aan het chloridegehalte. Er zijn geen meerjarige gegevens beschikbaar, waaruit de ontwikkeling van het zoetwatergebruik door de landbouw is af te leiden (RWS 2012).

Tabel 1: Grondoppervlak per landbouwtype in 2000 en de verwachting voor 2015. Een indexwaarde kleiner dan honderd geeft een vermindering aan; een groter dan honderd een groei (RWS 2012).
Grondgebruik Eenheid Waarde basisjaar 2000 Indexwaarde 2015
Akkerbouw ha 108.007 83
Opengrondtuinbouw ha 4.773 255
Glastuinbouw ha 163 255
Grasland ha 16.378 130
Fruitteelt ha 4.635 114

Opbrengstderving

In de huidige situatie is veelal vanaf juli geen beregening meer mogelijk vanwege de aanwezigheid van blauwalgen in het Volkerak-Zoommeer. Voor deze situatie zijn berekeningen uitgevoerd naar de opbrengstderving van de landbouwgewassen die afhankelijk zijn van water uit het Volkerak-Zoommeer. In de berekeningen wordt rekening gehouden met de aanwezige bodemtypen en grondwatertrappen. De opbrengstderving wordt berekend ten opzicht van de situatie waarin alle omstandigheden optimaal zijn voor de groei van de gewassen. In het algemeen zal dat niet het geval zijn. Dat betekent dat er ook in het geval dat er gedurende het gehele jaar voldoende water beschikbaar is voor beregening toch sprake zal zijn van opbrengstderving. Voor de voor wateraanvoer uit het Volkerak-Zoommeer afhankelijke gebieden wordt een totale opbrengstderving in de huidige situatie berekend van 4,8 miljoen euro. In de situatie dat er in het geheel geen belemmeringen in de wateraanvoer vanuit het Volkerak-Zoommeer zouden zijn en er gedurende het gehele jaar beregend kan worden treedt een opbrengstderving op van 2,2 miljoen euro.
Ten aanzien van opbrengstderving door kwel van het zoute grondwater zijn geen gegevens beschikbaar voor de gebieden langs het Volkerak-Zoommeer. Eventuele effecten ten gevolge van verzilting treden vooral op in een smalle strook direct grenzend aan het Volkerak-Zoommeer waar brakke kwelstromen kunnen optreden. Verwacht wordt dat de effecten voor opbrengsten van gewassen beperkt in omvang zullen zijn en verwaarloosbaar ten opzichte van de opbrengstderving door het niet kunnen beregenen (tabel 2) (RWS 2012).

Tabel 2: Opbrengstderving (in euro) huidige situatie (tot 1 juli beregenen) en situatie waarin het gehele jaar kan worden beregend (RWS 2012)
Deelgebied Hele jaar beregenen Tot 1 juli beregenen
Goeree-Overflakkee 152.751 434.282
Tholen 1.206.943 2.556.589
St. Philipsland 233.765 380.426
Reigerbergsche polder 624.490 1.139.081
Nieuw Vossemeer 55.980 128.107
Prins Hendrik 42.962 57.780
Auvergnepolder 26.762 61.653
Polders langs Mark-Vlietsysteem PM PM
Totaal 2.543.653 4.757.919
Verschil (niet na 1 juli beregenen vs. beregenen) 2.214.266



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares