Off-bottom-oesterkweek locatie Kattendijke


Context VN set links: model = BU Off-bottom-oesterkweek locatie Kattendijke


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = BU Off-bottom-oesterkweek locatie Kattendijke

Result =

End Set VN link







Locatie

Figuur 1: Kweeklocatie in de Oosterschelde nabij Kattendijke.

Schelpdierkweekbedrijf de Roem van Yerseke heeft een off-bottom-oesterkweeklocatie nabij Kattendijke (zie figuur 1). Op deze locatie worden juveniele oesters afkomstig uit hatchery of oesterbroedinvanginstallaties opgekweekt in mandjes. De mandjes hangen in het intergetijdengebied aan lijnen tussen palen. Bij de optimalisatie van de kweek van oesters in mandjes zijn er kennisvragen over effecten van droogvalduur op groei, overleving en kwaliteit.

Onderzoek

Om meer inzicht te krijgen in hoe de variatie in droogvalduur effect heeft op de oesters is er in juni 2014 een experiment gestart waarbij gekeken is naar twee verschillende droogvalduren. Op de locatie Kattendijke is in de periode juni 2014 tot april 2016 onderzoek gedaan naar groei en overleving van oesters gekweekt in mandjes met verschillende droogvalduur ( ± 4 uur droogval per getij en ± 1.5 uur droogval per getij).

Voor het experiment is een klein formaat oesters (T6; 8-12mm) uitgezet op het perceel OSWD200 nabij Kattendijke van de Roem van Yerseke, zie figuur 1. Hierbij zijn 3 mandjes op twee verschillende hoogte uitgehangen waarbij er een mandje merendeel onder water blijft. Het oesterbroed was afkomstig van een flupsy uit het Veerse Meer. Bij inzet zijn ±5000 levende oesters ingezet in mandjes met een maaswijdte van 5mm. volgens de opzet weergegeven in tabel 1. Gedurende het experiment, is het bedrijfsritme qua onderhoud e.d. gevolgd. Daarnaast is ook het chlorofyl (als maat voor de hoeveelheid microalgen) gemeten.

Resultaten en conclusies

In figuur 2A is te zien dat er verschil is ontstaan in het gemiddelde versgewicht per oester tussen de verschillende droogvaltijden (getij hoog/midden). Figuur 2B geeft de percentuele sterfte, tussen de 6 wekelijkse meetmomenten, weer. Te zien is dat er in de zomermaanden een grotere percentuele sterfte lijkt plaats te hebben gevonden.Er is geen significant verschil waarneembaar in het gemiddelde visgewicht (in %) tussen de twee verschillende droogvaltijden bij de eindmeting, april 2016, zie figuur 2C.

Figuur 2: Grafiek A geeft het gemiddelde versgewicht per oester en grafiek B geeft de percentuele sterfte weer. Grafiek C laat het verschil in het gemiddelde visgewicht (%) zien tussen de twee verschillende droogvaltijden.

De conclusies van deze studie naar effect van droogvalduur op de oesters zijn:

  1. Groei lijkt hoger bij een kortere droogvalduur;
  2. Overleving lijkt hoger bij een langere droogvalduur;
  3. Kwaliteit van de oesters is gelijk.

Op basis van dit onderzoek wordt aanbevolen om bij off-bottomkweek in mandjes te variëren in droogvalduur: in maanden november – juni een kortere droogvalduur en juni – november een langere droogvalduur (Hartog et al. 2017).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares